Een robot bouwen

Een robot bouwen

Een dagje op weg om met elkaar, maar elk voor zich, een eenvoudige robot te bouwen van alledaagse dingen. We reisden ervoor met een grote groep naar het oosten en dat reizen doen we doorgaans met de trein. Voordat we op weg gingen, oefenden we Engels en maakten we citroen-sorbetijs.

Als je de toeristische route neemt, dan wonen we 3 kilometer van het station in Zwolle. Da’s een prachtige skate-tocht over een oude allee, langs de grachten en door de oude historische binnenstad van Zwolle. We waren ruim op tijd, dus Sofia ging nog even aan de slag met de piano.

Op locatie begon het prutsen met een elektromotor en schroefjes, tiewraps en kroonsteentjes. Maar hoe gaat mijn robot er eigenlijk uitzien?

Ook voor jongere kinderen was plek, als de ouders maar bijsprongen. Daar zijn we als thuisonderwijzer natuurlijk nooit te beroerd voor, want dat vinden we onze missie: je kinderen helpen te groeien.

Maar soms moeten ze even alleen prutsen en persoonlijke hobbels zien te overwinnen. Want hoe los je het op als de draadjes tussen motor en batterij niet vast blijven zitten?

Wellicht dat een tang oplossing bied? Even de boel wat strakker knijpen.

En natuurlijk helpen ze ook elkaar.

Na al het werk, wachtte een clown met schmink die Sofia veranderde in haar grote liefde: de zeehond.

“Mooi geworden zeg!”

Over het algemeen eten we heel gezond en veel van de eigen tuin, maar onderweg is een patatje met elkaar wel heel gezellig.

Maar daarna wel even rennen, klimmen en springen.

In de trein terug rekenen ze met breuken met het pizza-spel Splittissimo en daarna oefenen ze tellen met Halli Galli.

Zelf koken

Zelf koken

Eten is een essentieel onderdeel van het leven en daar gaan we tamelijk bewust mee om. Sofia hebben we van jongs af aan geprobeerd enthousiast te maken voor smaken en koken. Dat komt allemaal niet vanzelf, dus daar moet je tijd in steken en geduld mee hebben.

Bij ons geen kant-en-klare maaltijden of potjes met gemalen en gepureerde voeding, maar eten dat we zelf koken. En daar hielp Sofia van jongs af aan bij mee. Nu is ze zeven en doet ze al veel helemaal zelf, omdat ze het leuk vindt.

Het wordt 37 graden vandaag, dus we kiezen voor een lichte frisse maaltijd. Ze maakt een salade van spitskool, met geroosterde noten, munt, koriander en granaatappel. De ontbrekende ingrediënten koopt ze eerst zelf bij Özen in Zwolle. Ze neemt en passant nog een zak tomaten mee, want “die heb je nooit genoeg”.

In de tuin steekt ze het fornuis aan, zodat die op temperatuur kan komen terwijl ze de salade snijdt. Koken zonder stress is vooral een kwestie van goed plannen.

De spitskool snijdt ze klein en de munt wordt gehakt. De noten worden geroosterd met wat kokos voor de zoetigheid. Ze maakt een dressing van een mix van sesamolie en zonnebloemolie, met peper en zout.

Als de salade klaar is, dan is het een kwestie van de worst die ze zelf uitkoos grillen: “Die is zo gaar, dus daar moeten we het niet van laten afhangen.”

Van de hoge!

Van de hoge!

Je probeert altijd de meest verheven versie van jezelf te zijn en dat valt niet altijd mee. Het begint bij zelfkennis en confrontaties. Je onderzoekt jezelf en probeert blokkades op te lossen om steeds dichter bij je innerlijke kern te komen. Sofia daagt zichzelf doorlopend uit en probeert altijd over angsten en om blokkades heen te komen.

Tijdens deze eindeloos mooie zomer zijn de skates populair. We zijn vaak langs de weg te vinden of op een skatebaan, bijvoorbeeld die in Zwolle in het prachtige Wezenlandenpark. Hier zijn we op weg naar dat park via enige echte allee van Zwolle: het midden van de weg is voor koetsen, met aan de zijkant een dubbele rij eikenbomen waaronder het trage verkeer zich voortbeweegt. Het bladerdak breekt het harde zonlicht op het warmste moment van de dag en veroorzaakt een sprookjesachtige verstrooiing van het licht.

Wax in, wax out. Eindeloos rondjes draaien om een obstakel om pootje over te oefenen, zodat manoeuvreren nog makkelijker wordt.

Tijd voor de eerste hindernis. Twee keer een helling af en dan op volle snelheid naar een lage sprong.

Woooohoooo, even gecontroleerd neerkomen. Het voordeel van skaten op het warmste moment van de dag is dat Sofia de baan nagenoeg geheel voor zichzelf heeft en dus op haar gemak en in haar eigen tempo kan oefenen. Ze kan hobbels nemen wanneer zij daar aan toe is.

Ik kreeg wat vragen over Sofia’s skates, want oplettende kijkers zagen in diverse films en blogs van de afgelopen anderhalf jaar steeds dezelfde skates terugkomen. Heeft Sofia een favoriet model en kopen we dat met de groei mee of hoe doen we dat?

We hebben anderhalf jaar geleden verstelbare skates gekocht. Die dekken grofweg de maten 30 tot en met 34. Aangezien ze diverse jaren mee moeten gaan, wil je wel dat ze lekker en goed zitten. Iedere voet is anders, dus dat is een kwestie van proberen.

Wij zijn in diverse winkels geweest om skates te testen en hebben ons in twee winkels laten adviseren door een deskundige. Wij slaagden uiteindelijk bij Sportsworld in Cruquius in de bollenstreek, maar hun winkels zitten door heel midden Nederland. Het zijn grote winkels waar je overigens meer kunt uitproberen dan alleen skates: hockeysticks, ballen, apparaten, luchtbed, tent en opblaasboot. En nee, wij worden niet gesponsord door Sportsworld, maar vinden het gewoon echt een fijne winkel.

Sofia’s missie vandaag was de hoge zonder de stuntrichels. Die richels maken de obstakels namelijk wat minder geschikt voor skates, maar zijn ideaal voor skateboards of stuntskates. De hoge dus.

Hij stond al lang op het verlanglijstje en ze was er al herhaaldelijk opgeklommen. Maar eenmaal bovenaan was daar die blokkade: nog even niet.

Nu was het anders. Ik zag het in haar houding toen ze er op klom. Trots liet ze handschoenen zien, die ze heel bewust had meegenomen: “Als ik val, dan kan ik dat opvangen en doet het schaven minder pijn.”

En daar ging ze: wooooohooooooooooooooo!

Groei door het te doen, op het moment dat je er aan toe bent.

De foto’s maakte ik trouwens met een oude Leica camera. Dat is zo’n camera die je in het beste geval aangeeft dat er te weinig of te veel licht is, maar verder niets automatisch doet. Kleuren en contrasten zijn hard, scherpstellen moet je onder de knie zien te krijgen en voor de rest is het vooral een kwestie van weten wat je doet.

En dat leer je weer door veel te oefenen.

Zo’n oude Leica kent geen autofocus of automatische aanpassingen van contrast zoals Canon, Sony en Nikon dat wel hebben. Daarom is Leica wat minder geschikt voor het fotograferen van snel bewegende objecten. Een foto is immers snel onscherp omdat het object uit focus beweegt. Maar dat maakt de uitdaging natuurlijk des te groter.

In dit geval legde ik de lat nog iets hoger door er een lens uit de jaren ’50, gebaseerd op een ontwerp uit de jaren ’30, op te zetten en het diafragma vol open te zetten. Op f 1.5 geeft dat prachtige wazige achtergronden wanneer je onderwerp scherp is en dat valt dan weer niet mee. 🙂

Bovenstaande foto maakte Sofia overigens van mij. Met die Leica en die lens. Helemaal zelf. Een kwestie van scherpstellen, licht in relatie tot diafragma en gevoeligheid van de film uitrekenen, instellen en afdrukken. Een kind van 7 kan de was doen, als je ze maar even uitlegt hoe het allemaal samenwerkt en van elkaar afhankelijk is.