BLOG – Focus

BLOG – Focus

Op een parkeerplaats in Leiden zitten we tijdens het eten in “De Slaapkop” te praten over Mesopotamië en het Spijkerschrift. Dit ter voorbereiding op een workshop die Rients de Boer anderhalf uur later verzorgt in het Rijksmuseum van Oudheden. Sofia heeft er zin in. 

Sinterklaasmuziek buiten kondigt de lokale aankomst van de Goedheiligman aan. Sofia kijkt op: “Wat is dat?”

Ik leg uit dat ik vermoed dat Sinterklaas aankomt en dat we daar voorafgaand aan de workshop even langs kunnen gaan.

Ze overdenkt de situatie: “Maar dat gaat dan ten koste van tijd in het museum?”

“Ja, dat kan niet anders.”

Weer even stilte.

“Nou, nee. Ik heb hem vorige week in Eindhoven gezien. Liever naar het museum. Ga maar verder over de tijd en graden van die cirkel.”

Ik vertel over de beknopte geschiedenis, het ontstaan van ‘het uur’, de ‘zeven dagen van de week’ en de ‘360 graden van de cirkel’.

Peinzend: “Interessant. Zo oud dus.”

Getik op het dak van de camper kondigt de regen aan. Sofia kijkt op.

“Da’s ook niet leuk voor die kinderen die nu op Sinterklaas staan te wachten.”

Ze heeft een punt, maar ik verbaas me erover. Ze zit met haar hoofd diep in de oudheid, maar vindt ergens nog ruimte om de wereld om haar heen live te analyseren.

15 minuten later is het droog en pakken we onze jassen. RmO is 10 minuten lopen van de camper, maar we moeten er een beetje op tijd zijn, want Sofia wil eerst nog een keer de kleitabletten met Spijkerschrift zien.

Rients de Boer geeft een mooie introductie en Sofia luistert geïnteresseerd terwijl ze haar spijkerschrift oefent. Na een half uur uitleg krijgen we een tekst van een klei-tablet en mogen we zelf gaan vertalen om uit te vinden wat er op staat. Het prominente stuk van de Nineveh collectie blijkt een tegel van een binnenplaats van een koninklijk paleis. Sofia puzzelt fanatiek, speurt naar de letters en probeert de betekenis te snappen: “Wat een rare volgorde van de woorden zeg.”

Ruim 4 uur later meldt een suppoost dat het museum dicht is en hij vraagt vriendelijk of we het gebouw willen verlaten. Op weg naar de trap rent Sofia nog gauw een zaal in. Ze is terug voordat ik er erg in heb: “Daar zat nog een audio-link die ik nog niet gedaan had. Die heb ik even aangeklikt, zodat ik hem op de trap naar beneden kan luisteren.”

Communicatie

Communicatie

Vlak na de geboorte leerden we Sofia te communiceren via gebarentaal. Dat deden we omdat de ontwikkeling van handen en vingers in het vroege stadium sneller gaat dan die van de stembanden. Sofia kon daarom heel jong (2-3 mnd) al aangeven wat ze zag, hoorde of nodig had. Daar konden wij op inspelen en dus was er heel vroeg uitgebreide interactie.

Voor bijna alles is een gebaar en zo’n jong mens leert dat razendsnel. Als ze een vogeltje of een auto zag, dan gaf ze dat door middel van gebaren aan. Zo voerden we hele gesprekken met haar over water, dieren, bomen en wind. Om een paar favoriete onderwerpen van toen te noemen. Ook als ze naar toilet wilde, dan ‘zei’ ze dat en mede daardoor was Sofia zindelijk voor haar eerste verjaardag.

Als een mens huilt, dan is ergens een pijngrens bereikt. Dat geldt ook voor jonge mensen. Huilen van de honger doet een jong mens als laatste redmiddel: als ouder heb je dan andere signalen gemist. Dat is niet onlogisch of barbaars, want de huidige samenleving leert ons dat het tot groep 1 aanprutsen is en dat huilen erbij hoort. Maar dat kan dus echt anders.

Sofia is nu net 7 en kan zich prima uitdrukken. Aangezien we haar tweetalig opvoeden, geldt dat voor Russisch en Nederlands. Ze vindt communicatie leuk en is een echte verhalenverteller.

Van jongs af aan speelt ze met tekst en klanken. Ze maakt woordgrappen in het Nederlands en Russisch en inmiddels heel voorzichtig ook in het Engels. Ze combineert die woorden ook met haar muzieklessen en dan componeert ze liedjes in het Nederlands en Russisch (zoals in de film, toen was ze 6 en een half).

Door haar vroeg te leren dat je met communicatie veel kunt bereiken, is dat heel belangrijk voor haar. Ze snapt heel goed dat je met vragen het verste komt en dat mensen haar ook iets kunnen vragen, dus dat ze daar dan aandacht voor moet hebben en wellicht op kan acteren (of zelfs anticiperen).