Sinterklaas & onderwijs

Sinterklaas & onderwijs

We geloven niet in sprookjes, maar wel in de kracht van verhalen. Van jongs af aan zijn we tegen Sofia daarom heel helder over Sinterklaas geweest. Het is een spelvorm. Maar wel 1 waar we fanatiek aan mee doen, omdat het veel leermomenten biedt en heel veel haakjes heeft om intrinsiek leren te stimuleren. In deze post ga ik daar wat dieper op in.

Eindeloos spelen met woorden en ritmes.

Geven

Het Sinterklaasfeest leert je – conform de sage – dat het gaat om geven en niet om krijgen. Wij vieren het in de familie op de traditionele manier: we trekken vroeg lootjes en kopen voor de persoon op het getrokken lootje voor een beperkt budget een klein cadeautje dat we voorzien van een inhoudelijk maar humoristisch gedicht en/of surprise.

Het willekeurige karakter van het lootjes trekken en het inhoudelijke gedicht zorgt ervoor dat het jonge mens zich moet verdiepen in wat een specifiek familielid gedurende het jaar gedaan heeft of wat die persoon boeit. Het dwingt iemand om op een speelse manier buiten zichzelf te treden, naar een ander te kijken, daarover na te denken en dat op een constructieve manier te vertalen naar een gedicht, surprise en cadeau.

Je leert ook hoe je idee bij een ander valt. Dus wat een ander van je werk vindt. Je hebt immers veel tijd gestopt in het cadeau en gedicht voor die ander en ziet hem of haar het voordragen en uitpakken. Is het te begrijpen? Zijn de grappen leuk? Past het bij elkaar? Heel leerzaam, zeker als je daar de dag erna nog met elkaar over praat.

Een cadeau voor de nachtploeg: een handige zakje met drukknopen voor kleine dingen en een brief in dichtvorm.

En die schoen zetten dan? 

Dat doen we ook, maar ook hier staat het geven centraal. Dan heb ik het niet over een appel of wortel voor het paard, maar om een inhoudelijk cadeau voor Sint en Piet. Toen Sofia jong was zongen we liedjes, later maakte ze zelf tekeningen en schilderijen of vertelde ze verhalen of bedacht ze gedichtjes die wij opschreven omdat ze zelf nog niet kon schrijven.

Nu is ze 8 en schrijft ze dagelijks een brief in rijmvorm aan de sint. Daarbij maakte ze dan een nuttig cadeau voor sint en piet. Gisteren maakte ze bijvoorbeeld op haar naaimachine een zak met drukknopen: “Handig voor kleine dingen, zoals sleutels of een mondharmonica.” Vandaag overweegt ze om iets te haken, morgen wil ze iets van klei maken en donderdag snijdt ze een cadeau uit hout. Ze bedenkt en maakt het zelf en puzzelt eindeloos met het gedicht en de spelling en als ze er niet uitkomt dan vraagt ze actief en gericht om hulp.

Wat zou het zijn? Voelen, analyseren en onder woorden brengen wat je denkt dat het is.

Maar dat cadeautje dan? 

Ja, dat is onderdeel van de traditie en is altijd iets kleins. En dat is niet een kwestie van uit bed rennen en scheuren, maar van voelen en analyseren: wat denk je dat het is en waarom? En als dat het is, wat ga je er dan mee doen? Zo is een klein cadeautje de bron van een goed gesprek over wat er bij haar leeft, een nieuw project of een vlammetje dat we dan ergens weer kunnen stimuleren.

Liedjes die met je mee groeien.

Samen ongedwongen zingen

Sinterklaas is zo’n feest dat honderdduizenden Nederlanders op de been brengt en waar volwassenen en kinderen vrijwillig samen zingen. In een tijdperk waar Engels  meer en meer opgedrongen wordt, helpt het sinterklaasfeest ieder kind vrijwillig bij de ontwikkeling van het Nederlandse taalgevoel. Door het vrijwillig samen zingen ontstaat bovendien een gevoel van saamhorigheid en warmte dat de samenleving hard nodig heeft.

Verder speelt Sofia zelf een aantal instrumenten, maar is ze verslingerd aan de piano. Sinterklaas leent zich daar goed voor. Alle liedjes zijn door de jaren heen in talloze versies beschikbaar: van eenvoudig tot heel complex en groeien zo met de kunde van het jonge mens mee. Vorig jaar speelde ze twee liedjes met één hand, nu zijn het er 8 met twee handen.

De liedjes lenen zich bovendien voor woordspelletjes en puzzeltjes op rijm. Je hebt immers een redelijk eenvoudige melodie waar je het jonge mens een andere tekst op kunt laten maken.

Koken voor sint en piet: Iedereen heeft het altijd over het paard, maar denken we ook aan de nachtploeg die hard werkt?

Koken en bakken

Sofia is niet echt van het snoepgoed, maar vindt koken en bakken heel erg leuk. En er is iedere dag wel iets te bedenken dat een relatie heeft met Sinterklaas. Het fijne van koken is dat er veel voor gerekend moet worden en dat het resultaat daarvan min of meer direct tastbaar is: iets is te zout of een deeg blijft te vloeibaar.

Je kunt natuurlijk met elkaar kruidnoten of pepernoten bakken, maar je kunt in plaats van die wortel in de schoen ook samen een mix van haver voor het paard maken of – nog leuker – een stoofpot voor de nachtploeg die je gedicht en cadeautje op komt halen.

En piet? 

Voor Sofia is Piet de grote held van het feest. Het is haar grote voorbeeld van de belangeloze vrolijke gever. Zonder hem geen Sinterklaas. De kleur maakt haar niet uit, en in haar hart zit Piet op hetzelfde niveau als haar andere helden zoals Frodo (de zes-jarige Sofia legt uit wat haar boeit in de Hobbit) en Hajo (Scheepsjongens van Bontekoe).

Het gedoe rond zwarte piet leent zich natuurlijk wel weer voor prima gesprekken met een kind over de samenleving en misschien is de logica van het jonge mens wel de oplossing voor de huidige loopgravenoorlog: als het een kinderfeest is, waarom voeren volwassenen dan de discussie?

Ik zie het!

Ik zie het!

Vanaf haar derde fotografeert MiniMe met een telefoon van één van haar ouders, of met de camera die ze zelf heeft helpen bouwen. Alle toestellen zijn voorzien van een schermpje voor compositie, dus het kind kan letterlijk de was doen. Papa heeft op zijn Leica’s geen scherm, maar gebruikt een zoeker. Dat vond de Mini interessant en zij wilde ook zo’n raampje waardoor je naar het onderwerp kijkt. Na wat onderzoek besloot ik een Fuji InstaxMini voor haar te kopen.

Dat is een grappige zeer betaalbare camera met een hoge funfactor. Hij werkt met direct-klaar film, dus produceert een fysieke foto en leert Mini zo het proces van kijken naar resultaat. En: hij heeft een zoeker. Sofia vond het “een interessant ding” en ging ermee aan de slag.

Voor een volwassene is het werken met een zoeker op de Instax Mini best lastig door de manier waarop Fuji de werking bedacht heeft, dus laat staan voor een jong mens. Je moet de camera iets van je gezicht afhouden om die zoeker daadwerkelijk te kunnen gebruiken. Een hobbeltje voor een ervaren fotograaf, maar een himalaya voor een Mini van drie: de motoriek is er nog nog niet geheel en omgaan met ruimte en zichtlijnen is ook nog in ontwikkeling.

Frustratie was het gevolg. Buitengewoon confronterend voor mezelf, omdat ik van dichtbij mijn eigen grilligheid zag. Oei. Op talloze manieren probeerde ik haar te helpen, maar het lukte niet. Wat een temperament heeft die dame. Mini vond de camera niet meer interessant en ging weer aan de slag met beeldschermpjes.

We zijn een paar maanden verder, als Mini in Israel haar belangrijkste knuffels nauwkeurig oplijnt en opstapelt: “Papa, ik wil een foto maken.” Automatisch geef ik haar mijn Lytro, op dat moment haar favoriete camera met een scherm. Ze speelt wat met de hoek en maakt een foto van een neus. En één van een neus met ogen. En één van een rij zeehonden.

“Papa, ik wil een echte foto maken. Mag ik die andere camera?” Met twee handen pakt ze de InstaxMini.

Ze bestudeert de achterkant met de zoeker en brengt de camera omhoog. Ik zie dat ze er te dicht op zit en weet dat ze dus niets ziet. Ik zie haar verstrammen. Een diepe zucht. Nog een zucht. En nog een poging. Ik geef haar een tip, maar laat haar vooral zelf klooien.

Ik ken mezelf. Op zo’n moment helpt weinig. Ze schuift en draait de camera. Weer een zucht. Maar dan witte rook: “Papa, ik zag ze! Door het gaatje. Ik ga een foto van ze maken. Een echte foto.”

Ze drukt af. Maar niets. Een zucht. Ze bestudeert nauwkeurig de camera: “Oh, ik moet hem natuurlijk wel aanzetten!”

Ze mikt en schiet een overzichtsfoto. “Ik wil ze groter.” Turend door de zoeker, schuilfelt ze naar voren. Ze doet een stapje naar links. Naar rechts. Bukt iets. KLIK. “Hmmm, ik denk dat ik behalve Karien en Zwartoog ze allemaal heb.” Ze wappert met de foto. Twee minuten later bevestigt het resultaat haar conclusie.

Ze pakt de camera opnieuw en zoekt een plekje. KLIK. “Nu heb ik ze allemaal.”

– tekst gaat verder onder de foto –

Ze is nu 4 jaar verder en de Instax Mini heeft weinig geheimen meer voor haar. We gebruiken hem nog heel vaak, omdat een fysieke foto iets magisch heeft: afdrukken, 2 minuten wachten en resultaat in je hand in plaats van op je scherm.

We maken er veel projecten omheen en dan krijgt ze een beperkt aantal foto’s en een opdracht. Die opdracht spreken we vooraf uitgebreid door en als ze tussentijds vragen heeft, dan weet ze me te vinden. Ze bepaalt zelf wat ze vertelt en hoe ze de beschikbare foto’s daarop inzet en – indien het een meerdaags project is – over de verschillende dagen verspreidt.

In onderstaande film heb ik gepoogd iets van dat proces te laten zien. In een volgende film vertel ik iets van het proces erna: wat doe je met die foto’s?

Maar heeft ze dan geen digitale camera? Ik hoor het je denken: jazeker! Maar fysieke film maakt zo’n project net spannender: je kunt een film niet weggooien en opnieuw maken, want je hebt echt maar een beperkt aantal foto’s. Dat aspect zorgt ervoor dat ze wel 3 keer nadenkt over wat ze fotografeert en of die foto wel van toegevoegde waarde is in het verhaal dat ze in haar hoofd heeft.