Nieuwsgierigheid is een talent

Nieuwsgierigheid is een talent

“Bent u er al uit? Weet u al wat u gaat bekijken?”

Het is een natte septemberavond en ik sta in hartje Utrecht. Het is guur en ik zoek beschutting in de verlichte wand waarin het programma van het Nederlands Filmfestival hangt. In de regen probeer ik een programma voor de avond samen te stellen.

“Heeft u deze week al meer gezien?”

Achter me staat een man. Niet heel groot. Hij draagt een kort leren jasje en een bril. Hij is net zo verregend als ik. Ik ken hem, maar weet niet waarvan.

“Jawel, ik heb best al veel gezien. Ben hier tot dusver iedere avond geweest en ook een paar middagen.”

Met mijn telecombedrijf ben ik sponsor van dat grandioze festival en dat betekent dat ik de hele dag in welke zaal in Utrecht dan ook een film kan bekijken, of evenement kan bijwonen. Het betekent ook dat we in het bedrijf gedurende die tien dagen enorm druk zijn, aangezien we daar zeven of acht avonden met klanten op pad zijn.

Voor mezelf plan ik die 10 dagen als een militaire operatie, aangezien ik buiten de avonden met klanten zoveel mogelijk wil zien, terwijl ik tegelijk zo min mogelijk achterstand in mijn werk wil oplopen. Het zijn dagen van 18-20 uur en ik hoewel ik dat gezond invul (veel bewegen, veel water drinken, geen of weinig alcohol) begint de vermoeidheid na een dag of 6-7 wel zijn tol te eisen.

“Wat maakte de meeste indruk?”

Die stem, die bril. Bekende kop wel. Dolend door de mist in mijn hoofd probeer ik de puntjes met elkaar te verbinden.

Hoewel ik alle premières en rode loper events bezocht, maakte een korte film de meeste indruk. Die ik zag ik in een soort pop-up theater voor het stadhuis. Het theater was niet meer dan een paar houten schotten met een gordijn en wat oude keukenstoelen. De film vertelde over een zoektocht naar het ‘nu’ in relatie tot ‘morgen’ en ‘gisteren’.

Hij wijst naar mijn verregende papiertje met wat aantekeningen: “En vanavond?”

Door de drukte heb ik mijn voorwerk niet op mijn gemak achter de computer gedaan en daarom moet ik nu mijn weg in het programma in die lichtbak zoeken. De notities maak ik normaal gesproken in mijn telefoon, maar aangezien die niet zo gek op regen is kies ik voor een eenvoudig notitieblokje. Ook niet echt een handige keuze gezien de hoeveelheid water die naar beneden komt.

“Een paar korte films. Wel in een bioscoop.”

We lachen en ik vraag wat hij gaat bekijken. Hij wijst op de festivaltent achter de lichtbak: “Ik ga naar de talkshow.”

Ook een optie natuurlijk. En vergeleken met de bioscoop waar ik naartoe moet wel lekker dichtbij. En droog. En warm.

Heel aanlokkelijk, maar het wordt toch de bioscoop aan de andere kant van het centrum. Het moment dat makers hun nieuwe kindje voor het eerst aan familie en vrienden laten zien heeft iets magisch. Die energie die dan in zo’n bioscoop hangt laat zich nauwelijks beschrijven.

En zo’n talkshow? Toch veelal dezelfde gezichten die in grote lijnen over hetzelfde thema praten, omdat de interviewers de diepte niet in kunnen of mogen gaan. Dat kijk ik thuis wel terug via internet.

Hij lacht hardop, geeft me gelijk, wenst me een fijne avond en verdwijnt achter het bord. Voor het laatste gat dat ik nog tussen twee films heb selecteer ik een animatie-film in zwart-wit. Het belooft weer een mooi avond te worden.

Ik wil op weg naar mijn bioscoop en wordt toegelachen door een stelletje dat achter me staat en me eerder niet was opgevallen: “Was dat Paul Verhoeven waar je net mee sprak?”