Voor het eerst naar het buitenland

Voor het eerst naar het buitenland

“Eindelijk was het zover: actie! We sloegen elkaar op de rug, want het wachten waren we meer dan zat.”

We spreken William, parachutist van de 1st airborne die in 1944 als 24-jarige bij Arnhem landde op de Ginkelse Hei, ook bekend als ‘Dropzone Y’. Hun doel was de grote brug bij Arnhem.

“In de vrachtwagens op weg naar het vliegveld spraken we over de operatie. We waren allemaal bang, maar ook opgewonden. De meesten van ons waren nog nooit in het buitenland geweest en best nieuwsgierig. Dat gold ook voor mij. We hadden geen idee wat we konden verwachten, maar het verzet van de nazi’s zou heel beperkt zijn.”

Dat pakte in de praktijk anders uit, al verliep de dropping heel voorspoedig.

“De landing leek op een oefening. Het weer was prachtig en er was nauwelijks wind. Met duizenden sprongen we uit de Dakota’s. Ik deed na de landing mijn parachute af en voelde de zon. Het was gewoon warm. Ik zocht mijn eenheid en we maakten ons gereed om richting de brug te vertrekken.”

Die brug zouden ze nooit bereiken, want een kleine nazi eenheid bevond zich op loopafstand van de landingsplaats. De Duitse commandant wachtte niet op orders, maar ging gelijk over tot actie. Hij had maar 550 man en niet heel veel zware wapens, maar het was zijn actie die ervoor zorgde dat de meeste parachutisten de brug nooit zouden bereiken.

“We waren redelijk compleet toen we van de landingsplaats vertrokken, maar stuitten al snel op Duitsers. We dachten ze eerst onder de voet te lopen, maar toen dat niet lukte probeerden we er omheen te trekken. Dat ging ook niet helemaal goed, want in iedere boom leek een nazi te zitten. Het was een ontzettende chaotische situatie.”

Ondanks dat de Duitse tegenstand veel sterker was dan verwacht, bleven de Engelsen het proberen om de brug te bereiken. De nazi’s maakten daar handig gebruik van door ze hier en daar in een val te lokken.

“Plotseling werd er van alle kanten op ons geschoten. Granaten ontploften. We probeerden ons in te graven, maar dat lukte niet. We hadden veel gewonden toen we terug trokken. Ik bleek zelf een scherf in mijn schouder te hebben, maar kon na behandeling verder.”

De tweede dag was een groot deel van zijn eenheid al uitgeschakeld: dood, zwaar gewond, of vermist. Ze hadden geen idee van de situatie of de tegenstand. Maar ze gingen het nogmaals richting brug. Nu kozen ze een route die dichter langs de rivier lag.

“Op weg naar de brug kwamen we Engelsen tegen die zich aan het terug trekken waren. Ze waren hevig onder vuur genomen door Duitsers aan de andere kant van de rivier en de weg vooruit was afgesneden door zwaar bewapende grenadiers met pantserwagens en een enkele tank. Samen probeerden we nogmaals om door te breken. Het was een verschrikkelijk bloedbad en ook voor mij het einde van de Slag om Arnhem.”

William werd geraakt door twee kogels en raakte bewusteloos. Toen hij later door de nazi’s werd gevonden, bleek hij ook nog diverse granaatscherven in zijn bovenlijf te hebben. Hij werd behandeld en verdween tot het eind van de oorlog in een gevangenkamp.

“Het waren Russen die in april het kamp bevrijdden. Ze gaven ons wat brood en wezen richting het westen. Als we terug wilden naar de Engelsen, dan moesten we maar lopen. Zij brachten ons niet. Na een paar dagen lopen bereikten we uiteindelijk onze eigen troepen. Zo duurde mijn eerste buitenlandse reis bijna 8 maanden, terwijl ik voor 14 dagen geboekt had.”