Allergisch voor pinda’s

Allergisch voor pinda’s

Begin jaren ’90 ontmoet ik Jeroen. Hij is afgestudeerd bedrijfskundige, heeft een imposante functietitel en is in dienst van een heel groot bedrijf. Ik ben net gestart als zelfstandige en worstel als jonge hond met een veelheid aan uitdagingen, rond personeel, belastingen en een bedrijfspand.

Jeroen vindt het allemaal peanuts. Hij doet complexe projecten, stuurt binnen zijn organisatie grote teams aan met ‘consultants’, draagt dure pakken met een stropdas, rijdt een hele grote lease auto en heeft op elke vraag een vaag antwoord. Jeroen is als senior whatever op weg naar de top bij zijn multinationale werkgever.

Ik zit in een achtbaan op de bodem van een leeg meer dat aan het vollopen is en zoek de weg naar boven. Het is een hectische tijd, waarin ik herhaaldelijk op moet komen voor mijn principes en leer dat geld niet zaligmakend is.

Jeroen en ik praten veel, maar een echte vriendschap wordt het nooit. Gesprekken gaan soms over het leven, maar vooral over zaken doen, want daar heeft Jeroen naar eigen zeggen heel veel verstand van.

Zijn zorgen hebben betrekking op het overschrijden van projectbudgetten, het uitblijven van promotie en de service van de door zijn organisatie gekozen lease-maatschappij.

Ik maak me druk over de kasstroom van mijn start-up en puzzel hoe ik het vakantiegeld van mijn personeel ga betalen. Ga ik naar de verjaardag van mijn vader of werk ik wat achterstand weg?

Het contact met Jeroen blijft, maar neemt in frequentie af. Hij is inmiddels vice-president van een business unit, staat veel op de golfbaan en praat met hoge rugnummers over een conceptuele wereld die ik niet ken.

Ik ben uit het meer gekropen en bouw op de drassige oever met vallen en opstaan aan mijn bescheiden imperium, dat heel voorzichtig internationaal opereert. Jeroen vindt het allemaal “peanuts”, maar ik geniet van de vakmensen om me heen, de vriendschap, de technologische ontwikkelingen en de wil de om de hoogste klanttevredenheid te leveren.

Het is zomer als Jeroen belt. Hij is op non-actief gezet bij zijn werkgever en gaat voor zichzelf beginnen. Tijdens de koffie predikt hij het ondernemerschap. Projecten liggen al voor hem op de plank en de rest wijst zich vanzelf. Hij zal mij wel even laten zien wat ondernemen precies is, want hij vindt mij met mijn ‘clubje van 22 FTE’ maar rommelen in de marge.

Onder de noemer “lean and mean” plant Jeroen een groei naar 10 mensen binnen twee maanden. Zijn eerste contract is dat voor een forse lease-auto, snel gevolgd door de huur van een “pand met uitstraling”. Op zijn uitnodiging vieren we de start van zijn nieuwe bedrijf in een restaurant op niveau. Trots overhandigt hij me zijn visitekaartje met klinkende functietitel. Hij is er zeker van: de wereld zit op hem te wachten als President & Senior Business Consultant.

Twee maanden later praten we bij.

Hij is inmiddels “pas met zeven man”, want het valt niet mee om goeie mensen te vinden. Ze doen hier en daar een klein klusje, maar zijn met een gefactureerde omzet van elfduizend euro niet kostendekkend. “Allemaal peanuts!” volgens Jeroen, want hij is met hele grote projecten bezig en daar hoeft hij er maar één van binnen te halen om spekkoper te zijn.

Wij hebben een nieuw product ontwikkeld en gaan als kleine telecom-organisatie de markt voor betaalverkeer (pin, etc) op zijn kop zetten. De ontwikkeling heeft ons een paar ton en veel grijze haren gekost, maar we hebben een eerste klant gevonden die het voor Euro 34,50 per maand wil proberen. We vieren het alsof we de wereldbeker voetbal hebben gewonnen.

Jeroen heeft inmiddels grote zorgen, want zijn grote projecten komen nooit en na aanhoudende verliezen moet de stekker uit zijn bedrijf. Hij vertelt me dat helaas niet zelf, dus ik hoor het via/via. Ik bel hem, om te kijken of ik hem kan helpen, maar de telefoon neemt hij niet op. Hij reageert ook niet op een bemoedigende email die ik hem stuur.

Op een retailbeurs loop ik hem enige tijd later bij toeval tegen het lijf. Hij is als consultant werkzaam voor een groot internationaal bedrijf en in die hoedanigheid betrokken bij een project voor een supermarktketen en probeert daar wat achtergrondinformatie op te doen. Ik heb een afspraak met een franchiseketen om uit te leggen waar de kostenbesparing zit van de PIN oplossing die mijn bedrijf ontwikkeld heeft en waarmee we inmiddels tientallen ketens en honderden losse winkels bedienen. Het is een ongemakkelijke ontmoeting.

Met oog op de gevoeligheid en zijn ego probeer ik de spanning weg te nemen door de grote olifant direct te adresseren. De plank misslaan is immers onderdeel van het vak en daar groei je van, dus kwestie van uithuilen, herpakken en opnieuw beginnen.

Jeroen reageert als gestoken. Het doet zichtbaar pijn, als hij me uitlegt dat hij als zeer ervaren bedrijfskundige de gang van zaken volledig geanalyseerd heeft en moet constateren dat de markt nog niet toe is aan zijn oplossing. Ik ben het daar niet mee eens: “Jeroen, je bent allergisch voor pinda’s.