Onderwijs van de toekomst

Onderwijs van de toekomst

Scholieren moeten thuis hun examens maken en scholen zoeken naar middelen om toezicht te houden, zodat er niet gespiekt wordt. In die zoektocht naar oplossingen worden die scholen uiteraard geholpen door talloze adviseurs, want zonder een plan van aanpak van een externe consultant doet een manager tegenwoordig niet heel veel.

Onnodige wapenwedloop

Scholen zijn bang dat er gespiekt wordt. Of in modern jargon: dat een scholier thuis de wikipedia erbij pakt en zo de antwoorden op de vragen vindt. Dat willen ze zien tegen te gaan door via de webcam toezicht te houden en ook de microfoon te controleren, opdat de leerling niet ‘toevallig’ een hulplijn inschakelt.

Ik las het bij de NOS en moest hard lachen. Denken jullie scholen en consultants echt dat die scholieren gek zijn?

Heb je enig idee hoeveel tips er online te vinden zijn om scholieren te helpen met spieken? Om ze uit te leggen hoe je die webcam een beeld laat geven wat jullie verwachten? Om die microfoon te laten doen wat jullie denken dat hij doet, terwijl die scholier tussentijds kan doen wat hij wil? Heb je enig idee hoeveel standaard oplossingen hiervoor gratis te downloaden zijn?

Ja school, je gaat massaal in de zeik genomen worden en daar vraag je zelf om. Zo’n wapenwedloop ga je niet winnen, maar je helpt er in deze barre tijden wel een consultant mee aan het eten dus helemaal zinloos is die hap uit je budget niet.

Leve de geeks

In negen van de tien gevallen gaat het bij spieken niet om het antwoord, maar om de actie zelf. Een autoriteit verbiedt iets in een proces waarin nooit ruimte was voor argumenten, dus gaat die jongere het tegendeel bewijzen (en dat is goed, want daar leren ze een hele hoop van).

Die scholieren beschikken daarvoor over duizenden Youtube-films waarin stap voor stap wordt uitgelegd hoe ze jullie en al die dure helpertjes die jullie inschakelen om de tuin kunnen leiden. En dat doen ze hard lachend. Niet om te spieken, maar gewoon omdat het kan.

Verder heeft iedere groep wel een paar van die scholieren die online leven en slechts op school komen omdat het moet. Normaal gesproken hangen die geeks en nerds er een beetje bij, maar nu hebben ze de tijd van hun leven, want iedereen leeft nu online en dus staat iedereen bij ze in de rij voor tips en trucs.

Daar gaat je ICT afdeling het niet van winnen. Die is trouwens al onderbezet want ze moet alle zeilen bijzetten om het reguliere ‘onderwijs op afstand’ proces op gang te houden.

Intrinsieke motivatie  

Waarom geef je die leerlingen niet een keer het voordeel van de twijfel?  Waarom gebruik je deze Corona-crisis niet om afscheid te nemen van die aloude aanpak die gericht is op controle?

Jullie worden momenteel in de luren gelegd door een handvol jongens die online leven hebben en daar de meest exotische dingen doen. Dat hebben ze allemaal buiten de school geleerd, in hun eigen tijd en zonder dat iemand ze achter de broek aan zat.

Jullie zijn nu hard bezig om ‘onderwijs op afstand’ een plek te geven in jet ‘onderwijs van de toekomst’. Waarom maak je intrinsieke motivatie niet het hart daarvan?

 

Solliciteren kun je leren

Solliciteren kun je leren

Eind jaren ’80 was ik voorbestemd om accountant te worden, aldus een headhunter. Het was de tijd dat PriceWaterhouseCoopers ‘gewoon’ Coopers & Lybrand was en Ernst & Young in Nederland nog Moret heette. Ik werd telefonisch benaderd op basis van mijn cijferslijst en uit de reacties aan tafel bij het eerste gesprek begreep ik dat ze nog geen foto van me gezien hadden. Roy had indertijd lang haar, droeg wilde overhemden op ‘modieuze’ broeken met scheuren, met daaronder hoge (cowboy) laarzen. Mijn bijnaam was Meat Loaf en ik was wel gevleid door de aandacht van deze headhunter.

Voor het gesprek kocht ik op de Biltstraat in Utrecht bovenstaande laarzen, omdat mijn reguliere stappers te afgetrapt waren. Let op de hak: die is een cm of 2 hoger dan wat je gemiddeld onder een ‘herenlaars’ vindt. Ik vond het beslag wel heel sjiek. De volledig lederen laarzen zijn bovendien prachtig afgewerkt, dus die Hfl. 289,- (1989!) was meer dan verdedigbaar.

Op de laarzen droeg ik mijn mooiste 50 grams stone washed (weet je nog?) jeans (met scheuren), een witte katoenen overhemd met allerhande gekleurde sterren en een zeer keurig fel rood jasje. Mijn lange haar was netjes gekamd en gewassen (als altijd) en hing los, want aan een paardestaart of vlechtjes deed ik niet. Met het nodige zelfvertrouwen ging ik op auditie.

De sollicitatie-junta van die grote accountant bestond uit mannen op leeftijd. De jongste was rond de 60 denk ik. Je kunt je hun reactie ongeveer voorstellen toen ik de kamer binnenstapte.

Het was een minuut of wat stil, waarin de junta nerveus in allerhande documenten bladerde. Inmiddels weet ik dat ze daar min of meer over mijn complete dossier beschikten, inclusief cijferlijsten, schoolhistorie, karakterschets en weet ik wat nog meer, maar toen had ik geen idee wat ze aan het doen waren.

Uiteindelijk schraapte de opper grijsaard zijn keel en klonk de eerste vraag:” Zou u, als het u gevraagd wordt, uw haar afknippen?” Daarmee was de toon gezet en ontspon zich een aardige discussie over vrijheid en samenleving.

Die politiek maatschappelijke discussie ging alle kanten op en na een uur of drie stond ik weer buiten. Er was niet over mijn ambities of wensen gesproken en het afscheid was niet hartelijk, dus ik was in de veronderstelling dat ik er verder niets meer van zou horen.

Daar zat ik mis. De junta was onder de indruk van de manier waarop ik een standpunt had verdedigd onder ‘intimiderende omstandigheden’ en dus werd ik toegevoegd aan het trainee programma.

Dat was een kort avontuur, want Roy kwam terecht in een sterk hiërarchisch ingerichte organisatie die vertaald werd naar de indeling van het kantoorgebouw: mensen op verdieping 2 hadden meer aanzien dan zij die op verdieping 1 werkten. Secretaresses, receptionisten, kantinemedewerkers en postkamer zaten op de begane grond en waren voetvolk en daar werd denigrerend en seksistisch over gesproken. Ik werd als assistent neergezet bij een Register Accountant op de derde en kreeg te maken met de situatie dat hij koffie kon pakken wanneer hij wilde, maar ik moest wachten op de koffiejuffrouw.

Tijdens de eerste evaluatie ging het over mijn kleding, mijn haar en mijn werktijden. Ik moest pakken kopen en was niet naar de kapper geweest, aldus de wakkere P&O makker. Dat klopte, maar het was me ook nog niet gevraagd. Er volgde een korte discussie over de vraagstelling. Volgens de P&O makker was het tijdens mijn sollicitatiegesprek aan de orde geweest en had ik bevestigd naar de kapper te zullen gaan. “Als het gevraagd werd”, voegde ik daar aan toe. “Als”. Het was nog niet gevraagd, dus had ik nog lang haar.

Het tweede punt van discussie waren de werktijden van 8.30 – 17.00 uur. Ik arriveerde in overleg met de bus om 8.40 uur, want het alternatief was één bus eerder en die zou me om 7.40 uur op een uitgestorven industrieterrein brengen, want kantoor opende om 8.15 uur. Vanaf de bus was het 5 minuten lopen naar kantoor, babbeltje bij de receptie en dus was ik om ca. 9.00 uur op mijn werkplek: een half uur te laat en dat was onacceptabel, zo vonden ze. Dat ik bijna iedere avond om 22.00 uur door de bewaking het pand uit gejaagd moest worden en dat half uur dus meer dan goed maakte, deed niet ter zake. Het gesprek hield voor mij daar op en ik liet een ietwat verbaasde P&O collega achter.

Ik was opgegroeid in een omgeving waar gelijkwaardigheid en wederzijds respect de belangrijkste uitgangspunten waren, dus terugkijkend waren die paar weken voor mij een leerzame periode. Het totale gebrek aan respect dat die accountants toonde voor het individu viel me zwaar en met het seksisme kon ik niet omgaan.

Het stond allemaal haaks op de behandeling die ik thuis kreeg.

Je kunt misschien lachen om die kleding en die laarzen, maar feit is dat mijn oma mee ging winkelen voor die laarzen en ik voor mijn vertrek naar dat sollicitatiegesprek mijn outfit liet controleren door mijn ouders in de categorie “Zie ik er een beetje netjes uit?” Zij wisten ook wel hoe het er bij die accountants aan toe zou gaan, wat de spelregels waren en dat ik dat niet zou trekken. Toch kozen ze ervoor niet te betuttelen, maar lieten ze me mijn eigen gang gaan, zodat ik zelf de consequentie van die eigen keuze kon ervaren.

Voor die opvoeding ben ik ze nog dagelijks dankbaar.


Hier vind je de hele serie: ‘de schoen en het verhaal‘.

De hersenen regeren

De hersenen regeren

Jort Kelder legde vandaag bij Omrop Fryslan uit dat hij zich zorgen maakt over de economische schade die het virus voor lange termijn aanbrengt en vindt dat het land weer los moet. Hij vindt dat we juist geen rekening moeten houden met zieken en ouderen, want dat zijn mensen die de komende twee jaar toch gaan overlijden.

Zonde van de energie en de economie, aldus Jort.

Jort Kelder is de belichaming van generaties hoog opgeleide mensen die waar de hersenkwab regeert die het hart negeert. Van die stropdassen en mantelpakjes die de ziel uit iedere organisatie of samenleving halen door alles terug te brengen naar meetbarheid en voor wie KPI’s heilig zijn.

Dat zijn types die onnodig lijden overbodig vinden en mensen liever laten sterven dan ze te helpen. onze Oosterburen zien dat anders en daarom heeft Duitsland met 5 x zoveel inwoners ruim 20 x zoveel IC capaciteit (en vangen ze Nederlandse patiënten op).

De uitspraak van Jort Kelder deed me denken aan gesprekken die ik had in de periode waarin ik stopte met mijn werk als bestuurder bij een beursgenoteerde organisatie. Ik kreeg toen de meest wilde vragen over de reden en zelden leidde dat tot een empathisch gesprek, want volgens nagenoeg iedereen gooide ik mijn hele toekomst weg: carrière, geld, contacten en nog meer geld.

Dat klopt allemaal, maar ik vond het meer dan opwegen tegen wat ik ervoor terug zou krijgen. Die tijd met mijn gezin heb ik immers maar één keer, want kinderen worden snel groot.

Maar die vragen zijn nooit opgehouden, want de Jort Kelders bleven maar komen.

Had ik ‘kinderopvang’ en ‘school’ wel overwogen? Alsof het een straf is om tijd met je dochter door te brengen. Mag ik dat niet gewoon leuk vinden? Ik blijf het bijzonder vinden, dat ik een ‘natuurlijke keuze’ moet verdedigen, terwijl het wegbrengen van je kinderen naar een instituut dat kwalitatief al 20+ jaar achteruit holt (volgens de inspectie) de normaalste zaak van de wereld gevonden wordt.

Zonder school zouden mijn kinderen in een sociaal isolement komen, want dat is de enige organisatie waar je kinderen vriendjes vandaan kunnen halen. Een vooroordeel van ouders die zelf wel 6 maanden tijd kunnen stoppen in het uitzoeken van zonnencellen en daarin dan 20 alternatieven naast elkaar kunnen leggen, maar niet kunnen bedenken dat er buiten de school ook zat plekken zijn om aan je sociale vaardigheden en behoeften te werken.

En dit is de mooiste: op school worden kinderen weerbaar, want daar wordt nog weleens ruzie gemaak en van pesten en treiteren worden kinderen hard. En dat is kennelijk belangrijk in een samenleving vol met types als Jort Kelder.

Ik vind het belangrijk dat mijn dochter zelf het leven ontdekt. Een integrale ervaring dus boven schoolboeken en werkbladen, zodat ze begrijpt dat er meer is dan ratio en KPI’s. Ze mag zelf haar vrienden kiezen en daar zal ik altijd respect voor hebben.

Ja dat lees je goed, want ook als ze thuiskomt met een type als Jort Kelder zal ik daar alle begrip voor hebben. Al zal ik haar wel vragen of ze me voor kan rekenen of zijn bijdrage aan de economische groei van dit land wel positief is.