Over die boerenprotesten

Over die boerenprotesten

Het is complexe materie zegt de één. Het is noodzaak zegt de ander. Broodroof zegt een derde. Maar laten we het even weghalen bij de boeren en het kort door de bocht vertalen naar een alledaagse situatie, zodat je een beetje kunt vergelijken.

Als gezin met een vrouw in verwachting ga je verhuizen naar een mooi huis met drie slaapkamers net buiten de stad. Je koopt het van je ouders die veel kleiner gaan wonen en die het weer van hun ouders hebben gekocht. Je tuin grenst aan een natuurgebied, dus daar wordt nooit van zijn leven gebouwd, dus dat prachtige uitzicht dat je vanaf je jeugd kent is gegarandeerd. Er zit bovendien een vergunning bij voor de bouw van een nieuwe garage en dat betekent dat je kantoor aan huis kunt maken. Je hebt een passende hypotheek met een bouwdepot om naast die garage nog een tuinkamer te bouwen en je kunt je geluk niet op.

Als je er eenmaal inzit roept iemand “Stikstof” en er wordt besloten dat niet benutte vergunningen niet meer geldig zijn. Als de rook is opgetrokken begrijp jij daaruit dat je de garage en de tuinkamer niet meer mag bouwen, dus weg is de droom van het thuiswerken.

De provincie waar je woont doet er nog een schepje bovenop, want die zegt dat je de capaciteit in je woning die je niet direct benut, niet meer mag gebruiken. Van de drie slaapkamers raak je er twee kwijt en ook die riante kelder moet je inleveren.

Los van de de ruimte die je kwijt raakt, heeft het ook financiële consequenties, want de waarde van je huis daalt. En dat betekent dat problemen dreigen aangezien je onderpand niet meer opweegt tov. je hypotheek en je dus  verplicht moet aflossen.

Terwijl je daarmee worstelt, hoor je een paar Kamerleden roepen dat er niet meer bij natuurgebieden gewoond mag worden aangezien dat te belastend is. Of je even wil verhuizen.

Doorverkopen kan natuurlijk niet, want wie gaat er een huis kopen waarin je niet mag wonen?

Gelukkig biedt de overheid soelaas, want die komt met een uitkoopregeling. Tegen een bodemprijs moet je huis en haard overdoen en elders maar een plek zoeken.

Maar waar, want in Nederland heerst woningnood.

En die schulden? Dat zoek je zelf maar uit.

En zo verlaat je niet alleen de woning waar je familie generaties heeft gewoond, maar uiteindelijk ook het land waar je ouders met hun kleinkind van hun oude dag hoopten te genieten.

Dat is waarom de boeren protesteren, want dit is hun realiteit.

Wonen bij natuurgebieden mag nog wel, maar hoe lang nog?

1200 kilometer file is niet leuk, maar realiseer je even wat daaraan vooraf is gegaan.

Parkeer die auto en ga gewoon even lekker wandelen. Koop ergens een Nederlandse appel en probeer wat begrip op te brengen voor die gasten.

De Kleine Ondernemer

De Kleine Ondernemer

Als vierjarige was Sofia al erg geïnteresseerd in getallen en wat je daar allemaal mee kon doen. We begonnen daarom heel vroeg met optellen en aftrekken en ze rekende zelf al snel menig kassabon na en was druk met afstanden tussen steden en dorpen. Reden voor ons om op zoek te gaan naar bordspelletjes die de interesse ondersteunden.

Iedere markt is anders en opslagcapaciteit niet onbeperkt, dus per markt bepaalt ze assortiment en bijbehorende prijzen en aanbiedingen.

Dat moesten spelletjes zijn die ook leuk blijven voor volwassenen, want laten we eerlijk wezen: als zo’n mini iets heel leuk vindt, dan kunnen ze het wel 20 x achter elkaar spelen. Dan zit je niet op een saai en onmogelijk spel te wachten.

Die vonden we uiteindelijk in alle hoeken van de wereld en daarmee leerde de mini (2010) de tafels, rekenen met breuken en de basis van integralen. Veel spelletjes hadden we in het Russisch, dus die spelletjes hielpen haar ook om een vreemde taal te leren.

Voor de SpeeldagHB op 12 oktober in Hoorn stond het automatiseren van basisvaardigheden centraal. Sofia koos hoofdrekenen, tafels, breuken en cijferreeksen, maar voegde ook drie spelletjes over volgens en planten toe.

Via Koningsdag vond ze uit dat ze ‘winkeltje spelen’ ook heel leuk vond. Of ze die spelletjes niet kon verkopen? Dat kon vanzelfsprekend. We vertaalden de handleiding van de spelletjes zodat er een Nederlandstalige variant beschikbaar was en hielpen haar met de opzet van haar marktbedrijfje waarmee ze leermiddelen verkoopt gericht op het automatiseren van basisvaardigheden en intrinsieke motivatie.

Met dat bedrijfje bezoekt ze nu 4 tot 6 kleine en gespecialiseerde onderwijsmarkten per jaar. Ze doet een groot deel van de voorbereidingen zelfstandig en geeft op de markten workshops rond spelletjes, legt ze uit en verzorgt speldemo’s.

Sofia legt op zo’n dag eindeloos haar spelletjes uit. Hier gaat het voor een vader en zoon over hoofdrekenen over het tiental en onder nul.

Daarnaast maakt ze op die markten (of op straat) muziek met piano of melodica. Net waar ze zin in heeft.

En aangezien papa en/of mama altijd mee gaan, is er natuurlijk ook ruim tijd voor haar om op zo’n markt zelf deel te nemen aan de interessante workshops bij collega’s. Zo snijdt het mes aan twee kanten. En als ouder laten we ons graag door haar uitleggen wat ze van ons verwacht gedurende de tijd dat ze weg is.

En op zo’n marktdag – hier in een klaslokaal – schrijft ze op haar gemak de prijskaartjes en aanbiedingen.

In de winter van 2018-2019 had ze in dit onderwijsproject samen met een aantal vrienden zelfs een heuse winkel in de binnenstad van Zwolle. Daar verkochten ze spelletjes, boeken, chocolademelk met slagroom en verzorgden ze workshops. Natuurlijk maakte Sofia daar muziek en werd er gezongen, maar er kwamen ook diverse artiesten langs die in de winkel optraden en schrijvers die voorlazen uit eigen werk. Sofia denkt nog vaak terug aan die winkel, want dat vond ze echt helemaal het einde.

Educatief bezien is het een geweldig project voor haar. Ze snapt waarom lezen en schrijven handig is, leert vooruit te plannen en na te denken over voorraad en doelgroep. Daarnaast leert ze in de praktijk omgaan met mensen van alle leeftijden en soms complexe regels op verschillende manieren uitleggen. Natuurlijk leert ze iets over omzet, kosten en marge. En over marketing en reclame. Bovenal heeft ze er gewoon heel veel lol in.

 

 

 

Lost tango: de strijd tussen de oude en de nieuwe wereld

Lost tango: de strijd tussen de oude en de nieuwe wereld

Na lang wikken en wegen besloten we jaren geleden definitief om thuisonderwijs te geven, omdat we onze levensfilosofie belangrijker vonden dan het gemak van de routine die komt met het regulier onderwijs. Het moment waarop we dat besloten herinner ik me nog heel goed. 

De mini was net vier, dus we hadden nog even tijd. Maar we hadden ook al een hele weg met talloze schoolbezoeken, conferenties en verkenningen achter ons. De kogel moest een keer door de kerk en die avond zouden we een beslissing nemen. 

<tekst gaat verder onder de foto>

Lost Tango: strijd tussen de oude en nieuwe wereld.

Het was een ongemakkelijke situatie, met veel emotie. Kiezen we voor een nieuwe aanpak met alle potentie en geluk, maar ook veel onzekerheden? Of blijven we toch in de oude wereld met alle routines, gebaande paden met de zekerheden maar ook alle problemen die daarbij horen? 

In Lost Tango gaat het exact over zo’n moment. Een familie woont op de Esperanza, een krakkemikkige tango boot. Het hoofd van de familie is Papa Tango (gespeeld door de grandioze Carel Kraayenhof), ooit een grootheid maar na zijn beroerte aan een rolstoel gekluisterd. Zijn dochter Clara zorgt voor hem en zijn andere dochter Blanca, die blind en stom is en prachtig viool speelt.

<tekst gaat verder onder de foto> 

De nieuwe wereld: vallen en opstaan.

Anna, de oudste zus van de familie heeft de boot jaren geleden al verlaten en ingeruild voor de grote stad. Nu komt ze terug, want ze heeft een koper voor de boot gevonden. Zij vindt dat de getalenteerde Clara een keer voor zichzelf moet kiezen en de boel weg moet doen om voor een eigen carrière in de spotlights te gaan.

De worsteling van Clara is intens: “Ik zie de dag voor me liggen als een beschimmelde dweil, een dweil die ik op moet eten.” In haar weergaloze slotlied neemt ze uiteindelijk de beslissing. Ik had kippenvel en tranen in mijn ogen, zo mooi. 

De mini bestudeerde de eerste paar minuten vooral de Papa Tango in de rolstoel met dat mysterieuze instrument. Maar al snel ging haar aandacht naar de strijkers en de piano: “Pap, heb je gemerkt dat al die bijzondere geluidjes van de strijkers komen?” Ze doelde op de scheepsgeluiden, zoals het schuren van metaal en het geruis en gebonk van zo’n schip. “En voor de watereffecten staat er gewoon een bak met een emmer!”

<tekst gaat verder onder de foto>

Carel Kraayenhof met zijn bandoneon.

Haar hoogtepunt zat na een minuut of 15, toen Blanca, door haar oudste zus aangeduid als de ‘kleine blinde debiel met haar viool’ een muzikaal antwoord gaf op een reeks vragen en verwijten. Dat was een grandioze vioolsolo vol bijzondere handelingen.

<tekst gaat verder onder de foto>

Voorafgaand aan Lost Tango doken we met tapas vast in de culinaire kant van de cultuur.

Om uit te vinden welke richting Clara uiteindelijk met haar familie op gaat verwijs ik je naar de weergaloze voorstelling, waarin hart en hersenen doorlopend met elkaar botsen, maar uiteindelijk op een prachtige manier samensmelten. Het is een tango op het podium.

Wij kozen die avond in 2014 uiteindelijk wel voor de nieuwe wereld van thuisonderwijs. We wisten dat het niet eenvoudig zou worden, maar ik werd in de juistheid van die keuze bevestigd toen ik de mini vanochtend uit zichzelf op haar viool hoorde experimenteren om de schraap en kraakgeluiden van de strijkers in Lost Tango te produceren. Daarna zocht ze uit dat het bijzondere instrument van de man in de rolstoel een bandoleon is en waar het in verschilt van een accordeon. Tot slot was het tijd voor de complexere puzzel: het verschil in tango ritmes (3-3-2, 3-2-1) zoals in een lezing uitgelegd door Leo Vervelde. Ze maakte lijstjes met pen en papier en appte me bevindingen om daar even over te praten.

Lezing van Leo Vervelde over de geschiedenis van de Tango.
Voor het eerst naar het buitenland

Voor het eerst naar het buitenland

“Eindelijk was het zover: actie! We sloegen elkaar op de rug, want het wachten waren we meer dan zat.”

We spreken William, parachutist van de 1st airborne die in 1944 als 24-jarige bij Arnhem landde op de Ginkelse Hei, ook bekend als ‘Dropzone Y’. Hun doel was de grote brug bij Arnhem.

“In de vrachtwagens op weg naar het vliegveld spraken we over de operatie. We waren allemaal bang, maar ook opgewonden. De meesten van ons waren nog nooit in het buitenland geweest en best nieuwsgierig. Dat gold ook voor mij. We hadden geen idee wat we konden verwachten, maar het verzet van de nazi’s zou heel beperkt zijn.”

Dat pakte in de praktijk anders uit, al verliep de dropping heel voorspoedig.

“De landing leek op een oefening. Het weer was prachtig en er was nauwelijks wind. Met duizenden sprongen we uit de Dakota’s. Ik deed na de landing mijn parachute af en voelde de zon. Het was gewoon warm. Ik zocht mijn eenheid en we maakten ons gereed om richting de brug te vertrekken.”

Die brug zouden ze nooit bereiken, want een kleine nazi eenheid bevond zich op loopafstand van de landingsplaats. De Duitse commandant wachtte niet op orders, maar ging gelijk over tot actie. Hij had maar 550 man en niet heel veel zware wapens, maar het was zijn actie die ervoor zorgde dat de meeste parachutisten de brug nooit zouden bereiken.

“We waren redelijk compleet toen we van de landingsplaats vertrokken, maar stuitten al snel op Duitsers. We dachten ze eerst onder de voet te lopen, maar toen dat niet lukte probeerden we er omheen te trekken. Dat ging ook niet helemaal goed, want in iedere boom leek een nazi te zitten. Het was een ontzettende chaotische situatie.”

Ondanks dat de Duitse tegenstand veel sterker was dan verwacht, bleven de Engelsen het proberen om de brug te bereiken. De nazi’s maakten daar handig gebruik van door ze hier en daar in een val te lokken.

“Plotseling werd er van alle kanten op ons geschoten. Granaten ontploften. We probeerden ons in te graven, maar dat lukte niet. We hadden veel gewonden toen we terug trokken. Ik bleek zelf een scherf in mijn schouder te hebben, maar kon na behandeling verder.”

De tweede dag was een groot deel van zijn eenheid al uitgeschakeld: dood, zwaar gewond, of vermist. Ze hadden geen idee van de situatie of de tegenstand. Maar ze gingen het nogmaals richting brug. Nu kozen ze een route die dichter langs de rivier lag.

“Op weg naar de brug kwamen we Engelsen tegen die zich aan het terug trekken waren. Ze waren hevig onder vuur genomen door Duitsers aan de andere kant van de rivier en de weg vooruit was afgesneden door zwaar bewapende grenadiers met pantserwagens en een enkele tank. Samen probeerden we nogmaals om door te breken. Het was een verschrikkelijk bloedbad en ook voor mij het einde van de Slag om Arnhem.”

William werd geraakt door twee kogels en raakte bewusteloos. Toen hij later door de nazi’s werd gevonden, bleek hij ook nog diverse granaatscherven in zijn bovenlijf te hebben. Hij werd behandeld en verdween tot het eind van de oorlog in een gevangenkamp.

“Het waren Russen die in april het kamp bevrijdden. Ze gaven ons wat brood en wezen richting het westen. Als we terug wilden naar de Engelsen, dan moesten we maar lopen. Zij brachten ons niet. Na een paar dagen lopen bereikten we uiteindelijk onze eigen troepen. Zo duurde mijn eerste buitenlandse reis bijna 8 maanden, terwijl ik voor 14 dagen geboekt had.”

Ontspullen

Ontspullen

Zaterdag 5 oktober 2019 organiseerde ‘Assendorp Deelt’ het Weggeef Feest. Dat is een markt waar spullen gratis worden weg gegeven. Je kunt er speelgoed en kleding vinden, maar ook naartoe brengen. Het is een kringloop-initiatief van en door de buurtbewoners.

Het Feest ontstond jaren terug toen drie moeders op het idee kwamen om onderling kinderkleding te ruilen. Eén van die moeders is Fifian: “Je kinderen groeien eruit en dan verdwijnt de kleding naar zolder, terwijl je buren er wellicht om zitten te springen. Het ruilen groeide uiteindelijk uit tot dit buurtfeest waar ook mensen van buiten de buurt welkom zijn.”

Het gemoedelijke Weggeef Feest wordt georganiseerd rond een speeltuin en sportveld in het Azaleapark in Zwolle. Er was een groot springkussen voor de kinderen en verder schommels, een grote zandbak en glijbanen. Links en rechts staan kledingrekken met kleding voor jong en oud en in een hele rij bananendozen vind je kinderkleding keurig gesorteerd op maat en soort. Inmiddels vind je er ook speelgoed en wat huisraad.

Er was koffie, thee en zelfgemaakte limonade en gebak. En live muziek. Tijdens een eerdere editie was er zelfs een toneelvoorstelling. En allemaal gratis of voor een fooi. Hoe cool is dat?

Het onwijs gave karakter van het feest werd nog eens benadrukt toen een vrouw die spullen kwam brengen een parkeerboete kreeg. De tien minuten die ze ervoor nodig had om haar auto te lossen, bleek voor handhaving teveel: 66 euro. Prompt sprong een vader op de picknick-tafel en organiseerde een inzameling. Veel bezoekers droegen bij en de kinderen die de tafel met zoetigheid en koffie/thee beheerden doneerden hun fooienpot.

Sofia speelde tijdens het feest piano en melodica en met de Sint voor de deur wisselde ze haar klassieke repertoire af met haar favoriete meezingers.

Een korte impressie van het Weggeef Feest:

Allergisch voor Koriander

Allergisch voor Koriander

Gastvrouw van een driesterrenrestaurant in Vaassen: “Is er iets dat u niet lust of niet lekker vindt?”

Gast: “Ik ben allergisch voor koriander.”

Gastvrouw: “Ik geeft het de chef door: geen koriander. Anders nog iets?”

Gast: “Heeft u een wijnarrangement bij de avonturen van de chef?”

Gastvrouw: “Jazeker.”

Het was een goed begin in een ruim opgezet en niet al te druk restaurant.

Maar daar bleef het ook bij, want de chef opende culinair met de “Goddelijke Griet”. Platvis in – u raadt het – koriander. We spraken de gastvrouw /eigenaresse erop aan. Ze schrok en zou het rechtzetten. De “Goddelijke Griet” ging nagenoeg onaangeroerd retour en werd tot onze verrassing niet vervangen.

Wat volgde was een tussengerecht. Alsof er niets gebeurd was. Weer met koriander en dus weer gedoe.

En weer geen alternatief.

Het wijnarrangement maakte gelukkig veel goed. Bovendien laten we de pret niet verstoren door een matige gastvrouw of een chef met een offday, maar volgende keer nemen we in Vaassen de patattent aan de overkant.

Nieuwsgierigheid is een talent

Nieuwsgierigheid is een talent

“Bent u er al uit? Weet u al wat u gaat bekijken?”

Het is een natte septemberavond en ik sta in hartje Utrecht. Het is guur en ik zoek beschutting in de verlichte wand waarin het programma van het Nederlands Filmfestival hangt. In de regen probeer ik een programma voor de avond samen te stellen.

“Heeft u deze week al meer gezien?”

Achter me staat een man. Niet heel groot. Hij draagt een kort leren jasje en een bril. Hij is net zo verregend als ik. Ik ken hem, maar weet niet waarvan.

“Jawel, ik heb best al veel gezien. Ben hier tot dusver iedere avond geweest en ook een paar middagen.”

Met mijn telecombedrijf ben ik sponsor van dat grandioze festival en dat betekent dat ik de hele dag in welke zaal in Utrecht dan ook een film kan bekijken, of evenement kan bijwonen. Het betekent ook dat we in het bedrijf gedurende die tien dagen enorm druk zijn, aangezien we daar zeven of acht avonden met klanten op pad zijn.

Voor mezelf plan ik die 10 dagen als een militaire operatie, aangezien ik buiten de avonden met klanten zoveel mogelijk wil zien, terwijl ik tegelijk zo min mogelijk achterstand in mijn werk wil oplopen. Het zijn dagen van 18-20 uur en ik hoewel ik dat gezond invul (veel bewegen, veel water drinken, geen of weinig alcohol) begint de vermoeidheid na een dag of 6-7 wel zijn tol te eisen.

“Wat maakte de meeste indruk?”

Die stem, die bril. Bekende kop wel. Dolend door de mist in mijn hoofd probeer ik de puntjes met elkaar te verbinden.

Hoewel ik alle premières en rode loper events bezocht, maakte een korte film de meeste indruk. Die ik zag ik in een soort pop-up theater voor het stadhuis. Het theater was niet meer dan een paar houten schotten met een gordijn en wat oude keukenstoelen. De film vertelde over een zoektocht naar het ‘nu’ in relatie tot ‘morgen’ en ‘gisteren’.

Hij wijst naar mijn verregende papiertje met wat aantekeningen: “En vanavond?”

Door de drukte heb ik mijn voorwerk niet op mijn gemak achter de computer gedaan en daarom moet ik nu mijn weg in het programma in die lichtbak zoeken. De notities maak ik normaal gesproken in mijn telefoon, maar aangezien die niet zo gek op regen is kies ik voor een eenvoudig notitieblokje. Ook niet echt een handige keuze gezien de hoeveelheid water die naar beneden komt.

“Een paar korte films. Wel in een bioscoop.”

We lachen en ik vraag wat hij gaat bekijken. Hij wijst op de festivaltent achter de lichtbak: “Ik ga naar de talkshow.”

Ook een optie natuurlijk. En vergeleken met de bioscoop waar ik naartoe moet wel lekker dichtbij. En droog. En warm.

Heel aanlokkelijk, maar het wordt toch de bioscoop aan de andere kant van het centrum. Het moment dat makers hun nieuwe kindje voor het eerst aan familie en vrienden laten zien heeft iets magisch. Die energie die dan in zo’n bioscoop hangt laat zich nauwelijks beschrijven.

En zo’n talkshow? Toch veelal dezelfde gezichten die in grote lijnen over hetzelfde thema praten, omdat de interviewers de diepte niet in kunnen of mogen gaan. Dat kijk ik thuis wel terug via internet.

Hij lacht hardop, geeft me gelijk, wenst me een fijne avond en verdwijnt achter het bord. Voor het laatste gat dat ik nog tussen twee films heb selecteer ik een animatie-film in zwart-wit. Het belooft weer een mooi avond te worden.

Ik wil op weg naar mijn bioscoop en wordt toegelachen door een stelletje dat achter me staat en me eerder niet was opgevallen: “Was dat Paul Verhoeven waar je net mee sprak?”

Pruttelen

Pruttelen

“We lagen onder Diepenveen en waren al een paar keer verplaatst, toen we het bericht kregen dat er Engelsen bij Arnhem waren geland. We moesten zo snel mogelijk richting de brug.”

Als we Johan in Hannover spreken heeft hij een Duits paspoort en hij zegt een geboren Duitser te zijn, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Zijn Nederlands is erg goed en slechts heel in verte hoor je een Duits accent. Naar eigen zeggen dankt hij dat aan de jaren dat hij na de oorlog in Nederland woonde.

Hij vertelt dat hij semi-gedwongen in het Duitse leger zat, zoals ‘iedere jongen overkwam’ (zie noot). Hij doorliep een training, maar die werd ingekort vanwege de enorme Duitse verliezen aan het oostfront, waar bij Minsk in één klap een kwart van het volledige Duitse leger werd uitgeschakeld. Zo ging hij voor het eerst in zijn leven naar het buitenland en maakte hij kennis met de nietsontziende strijd tegen de Russen. Via/via werd hij uiteindelijk overgeplaatst naar het veiligere westfront.

Daar moesten gaten in diverse divisies worden opgevuld en dat bracht hem als 19-jarige tussen Deventer en Arnhem waar hij ondersteunend werd aan de 10e SS divisie die daar opnieuw werd opgebouwd. Hij was chauffeur op een lichte vrachtwagen en reed ‘s nachts troepen en voorraden naar het front in Arnhem.

Nadat de Engelsen zich bij de brug hadden overgegeven, verschoof de strijd naar Oosterbeek. Johan bracht voorraden naar de frontlinies en nam gewonden mee terug: “Ik merkte dat de frustratie bij ons begon te groeien. Zoveel Engelsen konden er niet zijn en zware wapens hadden ze niet, maar zelfs met onze zwaarste tanks konden we ze niet verslaan. Onze verliezen waren enorm.”

Johan vertelde dat er veel Nederlandse soldaten in het gebied waren. Er was een eenheid van de Nederlandse SS, maar ook diverse regionale legeronderdelen met veel Nederlanders. Ook bij de luchtafweer en ondersteuning dienden veel Nederlandse vrijwilligers, net als op het spoor.

Johan had eerder samen met Nederlanders aan het oostfront gevochten: “Over het algemeen keken we neer op die niet-Duitse vrijwilligers, maar daarvan was bij de Nederlanders geen sprake. Die hadden zich samen met de Belgen en de soldaten uit de Baltische Staten aan het oostfront bewezen. Samen streden we voor een betere wereld.”

Veel voorraden van de Engelsen vielen in Duitse handen: “Ik proefde voor het eerst in jaren weer chocolade en echte koffie en thee. Heerlijke koekjes. En vlees uit blik. Alles smaakte fantastisch, want dit hadden al jaren niet meer geproefd. We verzamelden allemaal lekkere dingen in de auto voor thuis of om onderweg aan de kinderen te geven. Even geloofden we weer in de totale overwinning waar vanuit Berlijn zo op gehamerd werd. Hij zou komen en deze chocolade was slechts het begin.”

Na acht dagen strijd, besloten de Engelsen zich terug te trekken over de Rijn met wat er nog over was van hun divisie. Uiteindelijk wisten zo’n 2200 soldaten de eigen linies weer te bereiken. 7000 werden er gevangen genomen en 2000 vonden de dood in deze ambitieuze poging dat stukje Nederland te bevrijden van nazi-juk. “Plots was het stil. Hier en daar viel nog een enkel schot, maar voor de rest was er niets. Ik hoorde de wind in de bomen en mijn auto pruttelen. We dronken koffie en fantaseerden tegen beter weten in over het einde van de oorlog. Dat moment is één van de beste herinneringen die ik aan die tijd heb.”

Toen de Engelsen weg waren, werd de regio opgeruimd. We verzamelden voorraden en telden munitie. Er was een eindeloze stroom gewonden die ergens naartoe moest. De situatie in Oosterbeek was verschrikkelijk en ik was blij toen ik naar Keulen werd overgeplaatst.”

Johan gaf zich aan het eind van de oorlog over aan de Amerikanen en ging na zijn gevangenschap aan het werk in een fabriek in het Rijnland, daarna in Gelderland, om uiteindelijk terug te keren naar Hannover waar hij in 2015 overleed.

 
*) Veel jongeren werden tegen hun zin in het leger opgenomen of gedwongen te vechten, maar de meesten deden het toch echt vrijwillig of vanwege de traditie. Ik heb er wel wat onderzoek naar gedaan, maar nog niet kunnen afronden. Hoe dan ook: je komt als ‘gedwongen soldaat’ niet op een vrachtwagen te rijden, nadat je via/via bent overgeplaatst van de totale hel in het oosten, naar de relatieve rust in het westen. Ik acht de kans groot dat Johan vrijwillig het leger in ging om te deugen en tot aan zijn dood warme gevoelens koesterde bij die tijd.

Een leerzaam gesprek over de essentie van de Grijze Jager

Een leerzaam gesprek over de essentie van de Grijze Jager

“Jij hebt geen eikenblad dus je bent geen grijze jager. Ja, je hebt wel een speldje en een hele mooie mantel, maar dat telt niet. Echte Grijze Jagers hebben een Eikenblad, zoals ik heb.” Haar vinger zocht rond haar nek naar de ketting waaraan het eikenblad hing.

Het was een vriendin van Sofia die de uitspraak deed. Ogenschijnlijk uit het niets, want eerst ging het over vuur en plots over een eikenblad.

Het moment was ook raar, want we waren na de verjaardag van dat meisje op weg naar de auto en samen met een jonger zusje liep ze mee. De verjaardag was in het thema van de Grijze Jager. Het vriendinnetje ontdekte het boek via de razend enthousiaste verhalen van Sofia dus ik vond de uitspraak gek, zeker omdat hij zo uit het niets kwam. Het ene moment heb je het over een vuurtje en het andere moment zeg je zoiets.

“Ja,” zei het zusje, “zij hebben echte eikenbladeren. Zij zijn echte grijze jagers en Sofia niet.”

Ik keek schuin naar mijn dochter die verbaal en lichamelijk niet reageerde op hetgeen gezegd werd, maar haar pijl en boog behoedzaam in de kofferbak van de auto legde. “Doeg,” zei ze, “Tot de volgende keer.”

We reden weg en ik dubde of ik het erover moest hebben. “De Grijze Jager” en het daaraan gerelateerde “Broederband” zijn Sofia’s favorieten boekenreeksen en ze las op één na alle 22 delen en verder nog wat losse verhalen die we her en der vandaan hebben.

Ik zag haar piekeren en besloot indirect haar gevoelens over die opmerking te peilen: “Leuke verjaardag gehad?”

Sofia: “Ja, heel erg leuk! Echt heel erg leuk.”

“Vind jij jezelf een Grijze Jager?”

Sofia: “Nee, zeker niet.”

“Waarom niet?”

Sofia: “Nou … weet je, ik kan Tjop (paard) niet altijd begrijpen. En ik weet niet of hij mij begrijpt als ik tegen hem praat. Grijze Jagers kunnen dat wel, dus ben ik dat nog niet.”

Het antwoord verraste me.

Sofia ging verder: “Met pijl en boog ben ik ook nog niet goed genoeg en ook met een mantel ben ik nog niet helemaal onzichtbaar, maar ik denk dat ik het qua koken en muziek wel kan.”

Dat vertelde me nog niet heel veel over hoe ze die opmerking had opgevat. Ik besloot er direct naar te vragen: “Wat vind je van die opmerking van je vriendin dat je geen Grijze Jager bent?”

Sofia: “Daarin heeft ze gelijk. Dat leg ik je net uit.”

Ja, inderdaad. Dat had ze uitgebreid uitgelegd: “Vind jij haar een Grijze Jager?”

Sofia: “Zij vindt zich een Grijze Jager. Als ze dat fijn vindt dan is het goed.”

“Jij niet?”

Sofia, na een stilte van enige minuten: “Weet je … in de boeken gaat het erover dat je voor elkaar zorgt en op elkaar let. En dat deed ze vandaag niet. Tijdens het spelen zat ik in een boom en ging zij naar toilet, maar ze zou direct terug komen. Maar dat deed ze niet. Aangezien ze heel lang weg bleef, heb Ik alle spullen gepakt, inclusief haar rode leren schoenen, en ben naar de tuin gelopen. Onderweg kwam ik haar tegen en legde ze gelijk uit dat ze onderweg naar de toilet eten zag, dus eerst worst heeft gegeten en een broodje heeft gebakken. Dat zou een Grijze Jager nooit doen, want die zorgen voor elkaar.”

De diepte van het antwoord overviel me en ik wist even niet hoe te reageren.

Sofia: “Maar ze heeft pas een paar boeken gelezen, dus het is wel logisch dat ze de essentie nog niet helemaal begrijpt. Anders leert ze dat wel bij Broederband.”

Het was half 10 ‘s avonds en we reden Zwolle binnen. Ik zocht naar een goed antwoord en wilde een onschuldig grapje maken, maar kon zo niet 1-2-3 een geschikte passage uit één van de boeken halen. Ik kan zoveel leren van haar beschouwingen over dat gesprek met dat vriendinnetje die paar minuten bij de auto en er zit zoveel in over hoe ze een boek ervaart.

Zoals vaker was Sofia al bezig met de volgende stap: “Drinken we zo thuis nog eerst thee? En wil je dan voor het slapen nog even voorlezen? Ik ben een beetje te moe om zelf te lezen.”

Thee en voorlezen, wie wil dat nou niet?

Meer grijze jager hier:

 

 

Tekenen bij het kruisje

Tekenen bij het kruisje

Die tweet hierboven (en het draadje) deed me terugdenken aan mijn studietijd en de vele discussies die ik hier vroeger met medestudenten over had. Ik voel de frustratie van mevrouw Sterkenburg: je werkt je rot op school, zodat je papiertjes kunt halen die je nodig hebt om te worden wat je denkt dat je wilt. Als je dan aan het werk bent en wilt samenwonen of een gezin wilt stichten, dan is het een verrot lastige puzzel om dat te doen in een model waarin je een gezin combineert met het betalen voor je woning en het afbetalen van die lening.

Ik ben van de generatie die een basisbeurs met een verplichte OV-kaart kreeg, waarbij er maandelijks een kleine bijdrage voor dat openbaar vervoer met die beurs werd verrekend. Daar bovenop kon je dan extra geld lenen tegen een laag percentage rente en daar weer bovenop nog weer extra geld tegen een wat hoger percentage. We deden in Nederland nog in guldens en de precieze bedragen weet ik niet meer, maar uitwonend had je iets van 675 gulden basisbeurs en dat kon je met leningen verhogen tot iets van 1300 gulden en daarbij had je dan het recht om de hele week met het openbaar vervoer te reizen.

Uitwonend betaalde ik in Enschede 400 gulden voor een kamer inclusief energie. Daar kwamen dan kosten voor leven bij, inclusief vaste telefonie want mobiel kenden we nog niet. Leven kun je net zo duur maken als je wilt, dus met die basisbeurs kon ik een heel eind rondkomen, als ik de drankrekening, het collegegeld, de boeken en de diverse verplichte schoolbijdragen (stages, reizen, etc) even negeer.

Om dat gat te dekken had ik de logische opties: mijn ouders, lenen of werken. Ik koos voor die laatste, want ik leerde vrij makkelijk dus werken vond ik wel zo normaal. Ik kwam in het weekend thuis en mijn ouders deden zat voor me. En lenen vond ik niet echt een optie, want dan begin je na school direct met een schuld. Ik had initieel een baantje bij een bakkerij in de nacht en later deed ik wat analysewerk voor de overheid. Het was pittig, maar het kwam goed, al werd ik nooit waar ik voor studeerde (omdat ik voor mezelf begon).

Een vriend van me had minder keuzes, want hij moest aanzienlijk harder werken op school en thuis hadden ze het niet breed, want meneer Philips had zijn beide ouders overtallig verklaard. Een baantje erbij was voor hem gewoon geen optie. Hij woonde aan de rand van de stad, dus goedkoper dan ik, maar was wel gebonden aan een lening. Hij studeerde zich kapot, maar bleef zitten en wisselde ook nog een keer van richting. Al met al deed hij 7 jaar over dat traject. Toen ie klaar was, had hij een pittige schuld (55K gulden) en een boek vol prachtige zelfgeschreven gedichten.

Hij ging aan het werk in het veld waar hij voor geleerd had, waar hij trots dat zuurverdiende diploma voor had opgehaald. Hij ging samenwonen in een appartement in Nijmegen.

Zijn eerste baan vond hij niet leuk. Zijn tweede ook niet en hij wilde eigenlijk heel wat anders doen. Zijn derde was het ook niet, maar onder druk van afbetalingen bleef hij daarin hangen. Je moet toch iets.

Hij werd zwaarmoedig. Zijn gedichten werden zwart. Zijn relatie ging stuk. Ik zag hem steeds minder vaak. Hij ontdekte wiet en pillen.

En de harde hand van zijn vader: die haalde hem naar huis en probeerde hem er bovenop te helpen.

Dat lukte zo’n beetje en via een advertentie ontdekten ze daarna het leger, want ‘door deel te nemen aan een missie in het buitenland kon je veel geld verdienen en je schuld in één keer aflossen’. Zo gezegd, zo gedaan.

Hij ging in het groen, had daar – voor zover ik weet – een prima tijd en ging aansluitend op missie. Hij zag wat van de wereld en hij kwam terug met een grote zak geld en een trauma.

Hij was een ander mens. Emotioneel afwezig. Geen idee wat er in zijn hoofd en hart leefde, want hij schreef niet meer. Of liet me het niet meer lezen. Niemand drong tot hem door. Hij betaalde zijn schuld af en maakte van de rest van de centen een reis naar Azië. Ik zag zijn ouders nog éénmaal: op zijn begrafenis. De duisternis had hem opgeslokt.

Geld was voor hem al in het eerste jaar een ding. Hij kwam uit een arm gezin, waar lang niet altijd te eten was. Hij wilde het beter doen dan zijn ouders die in een moeilijke regio vast zaten in een hypotheek, maar in dat proces sloot hij zich op in een lening voor zijn studie.

Weet je, als wij maximaal leenden, dan kregen we de helft van ons maandinkomen ‘gratis’. En dat was inclusief onbeperkt openbaar vervoer. En die rekening was aan het eind door veel studenten al niet meer op te brengen. De huidige generatie studenten moet alles lenen, dus denk je die situatie eens in.

Dan zie ik ‘experts’ voorrekenen dat je dan gemiddeld met 13K schuld van school komt. Hoe dan? Als ik had geleend dan was ik daar al overheen gegaan.

Laten we het even over de duim uitrekenen: huur, een maand leven en je boeken (etc) kost gewoon 800-1000 euro per maand. Dan doe je echt geen krankzinnige dingen. Laten we zeggen dat je 200-300 euro kunt verdienen door er bij te werken. Dan kom je per maand 600-700 euro tekort. Afgerond naar beneden heb je het dan over een studieschuld van 30.000 euro, waarbij ik vrees dat de rekening voor veel studenten (zeker in de Randstad waar wonen niet alleen ongezond is, maar ook ranzig duur) eerder richting de 40K gaat.

En waarvoor?

Voor die carrière!

Welke carrière?

Het Ministerie van Onderwijs zegt het zelf: we leiden mensen op voor banen die er nu nog niet zijn.

Wat hebben we die jongen mensen te bieden dan? In ieder geval geen baangarantie, dus geen verdienmodel.

Maar we eisen wel dat ze een handtekening zetten onder een leertraject dat hen opzadelt met een schuld. En dat vragen we van ze terwijl ze nog geen 18 zijn. We vinden ze dus niet volwassen genoeg om te mogen stemmen, om drank te kopen bij de slijterij, of een auto te besturen, maar we stimuleren ze wel om te tekenen voor een studielening van 30-40K.

Is dat niet misdadig?